Home
Jan van Wijngaarden
Mijn favorieten
Boekrecensies
Ideeën/stokpaardjes
Fotoalbum
Australië
Foto's
Nieuw Zeeland
Toppers
Anke
Broers, zussen etc.
Ooms, tantes etc.
Oude familiefoto's
Vrienden
Rond Gouda
'Vul' foto's
Druiven
Dieren
Paddestoelen
Rare verkeersborden
Wijn
Sitemap
Discussie
Gastenboek

14 JANUARI. Ik zit nu alleen op het vliegveld van Sydney. Anke heeft om 10u. het vliegtuig naar Bangkok genomen (snik). Nog even leek er iets mis te zijn met de boeking van Anke. Maar door onze stoere ‘dat is dan jullie probleem’ –blik kwam alles goed ;-). Mijn vliegtuig vertrekt om 18.20 u. naar Christchurch. See you.

 

13 JANUARI. Door de heldere nacht (weer mooie foto’s van de sterrenhemel gemaakt) is het meer afgekoeld dan gisteren, maar in de campervan bleef het nog lang warm. Alles opruimen en schoonmaken en daarna weer een bezwete duik in het zwembad. Anke leidt ons helemaal door Sydney naar het punt waar we de bus moeten inleveren. Ze heeft dan 3500 km links gereden! Op een gegeven moment tijdens de vakantie besloten we ons niet opnieuw de paniek en stress aan te doen van ditmaal een onwennige Jan achter het stuur. Jan zorgt voor de betaling van de tol die verschuldigd is als je de Sydney Harbour Bridge over of –Tunnel door gaat. Dat moet telefonisch binnen 48 uur na dit ‘strafbare feit’. De tol bedraagt 3 dollar, oftewel 4,5 gulden. De telefoonkosten liepen op tot een euro of 30, toch maar liefst 66 piek!. Maar daarvoor sta ik nu wel definitief, met naam (“can you spell that again, please?”), adres, telefoon- en creditcardnummer in het Australisch tolbetalersbestand geregistreerd. Na voltanken en een carwash doorstaan we de inspectie bij de verhuurder glansrijk. We laten ons met de taxi (zeer prettig, want overheid) naar het centrum van Sydney brengen. De chauffeur komt uit Samoa en weet zich kennelijk al 20 jaar in Australië met een Engels te redden dat alleen uit zelfstandige naamwoorden en een paar onvervoegde werkwoorden bestaat. In onze luxe hotelkamer hebben we twee kingsize bedden. Het contrast met de camper kan niet groter. Onderweg naar Darling Harbour worden we tot publiek benoemd van de show van een straatartiest. Hij kreeg het jongleren met ‘extremely sharp knives and an axe’ op vroege leeftijd onder de knie en gebruikt dat nu als dekmantel om allerlei voorbijgangers op een ontwapenende manier intens te beledigen. De pizza met kangoeroevlees smaakt uitstekend. Kangoeroe wordt hier altijd met een kruidige bessencompote o.i.d. geserveerd. Het is volstrekt vetvrij en zeer proteïnerijk. Het smaakt naar hertebiefstuk. Daar past een goede peperige Shiraz bij. We nemen er één uit Denmark (West-Australië). Op het achteretiket wordt het ontstaan van de wijngaard in verband gebracht met Nederlandse zeevaarders. Inmiddels is het flink gaan onweren en plenzen.

 

12 JANUARI. Bij het opstaan is het helemaal bewolkt. Vannacht is het ook niet echt lekker afgekoeld. Na de was en het ontbijt trekt het helemaal open en is het ook direct héét! Een beetje shoppen in Cessnock is geen groot genoegen. Het is dus warm en het winkelaanbod is niet om over naar huis te schrijven (… doe ik het tòch!). Ze hebben er wel vers geld. Vol goede moed de wijngaarden in. In het overzicht van wijnmakers dat we hebben gekregen staat als richtlijn om verkeerstechnisch ‘safe’ te blijven: mannen kunnen 2 ‘standard drinks’ in het eerste uur drinken en 1 extra elk uur daarna. Vrouwen moeten het in het eerste uur bij 1 standard drink laten. Op iedere wijnfles staat hoeveel ‘standard’ drinks die bevat. Een fles zware rode wijn zit rond de acht. Een lichtere witte soms ‘maar’ op ruim zes. Grofweg komt het neer op een deciliter wijn. Wij kunnen ons niet voorstellen dat je met deze hoeveelheden in Nederland achter het stuur kunt. Om de lezer wellicht wat gerust te stellen: de hoeveelheden die wij proeven waren in het algemeen veel kleiner. Alleen als een winery een omvangrijk en interessant aanbod had zal het proeven al met al tot een ‘standard drink’ hebben opgeteld. Veel van de ons voorgezette wijn verdween in de ‘spittoon’. Òf omdat het ons niet beviel, òf gewoon omdat we geen wijn kwamen drinken, maar proeven.

De eerste winery is ‘Ivanhoe’. Niet genoemd naar de ‘held’, maar naar het gebied waar de druiven groeien. Maakt en verkoopt alles zelf op de winery. We spreken Ivanhoe zelf, onder meer over zijn experiment met ‘Chambourcin’, die ons aan Beaujolais doet denken, en kopen een ‘late picked Gewurztraminer’. Daarna naar Lindemans en Rosemount. Deze zijn samen in een groot wijnproefcomplex ondergebracht, omdat ze beide eigendom zijn van de biergigant Fosters. Van Lindemans proeven we eigenlijk alleen het verschil tussen een jonge en een oude Semillon. De oude is donkergeel en ruikt en smaakt naar noten. Van Rosemount herinner ik me niet veel. Door de hitte stijgen ook kleine beetjes ons naar het hoofd. Dus we besluiten alleen nog Tinklers te doen. Het blijkt inmiddels 39 graden te zijn en bij Tinklers bereidt men zich al voor op de oogst van een paar te vroeg rijpe druivensoorten. Het is een sympathiek familiebedrijfje, dat vanwege vermelding van hun ‘Volcanic Ash’ –wijn in de Lonely Planet –gids heel veel jonge hippe bezoekers krijgt. En wij dus. Maar wij op advies van de ANWB. De Viognier is wat ‘aardser’ dan we gewend zijn. De Merlot zou vanwege zijn typiciteit een hele goede zijn voor mijn eigen proeverijen. Op naar het zwembad!

 

11 JANUARI. (Vanaf camping in Cessnock). Vandaag naar Hunter Valley, onze laatste bestemming, deze vakantie. Via een weg over de hoogte (plm. 1000 meter) van de ‘Great Dividing Range’. Eerst komen we langs de ‘Zig Zag Railway’ in Clarence, bij Lithgow. Die is rond 1860 aangelegd om van de top van de Blue Mountains de scherpe afdaling naar het achterland te kunnen maken. Het spoor is nog aangesloten op het reguliere netwerk, maar wordt alleen door toeristen gebruikt. We zien een trein vertrekken; de lokettiste is nodig om naar de machinist te vlaggen dat er geen betalende reizigers meer in het station op het toilet zitten en alle deuren gesloten zijn. De weg door het Wollombi National Park biedt prachtige uitzichten, maar is erg ‘windy’; d.w.z. bochtig en niet zozeer tochtig.

In Hunter Valley hebben we nog ruim tijd voor twee bezoeken aan wijnmakerijen in Pokolbin. Eerst bezoeken we Tempus Two, een grote en zeer moderne, maar daardoor ook wat steriel aandoende proefgelegenheid. Alles is glas en staal, volgens de Rough Guide. Er staan jongedames achter grote toonbanken om je de voorgeselecteerde wijnen te laten proeven en daarbij een standaard verhaal af te steken. Bijvoorbeeld dat de Botrytis Semillon van Hunter Valley zich onderscheidt van Sauternes doordat de druiven ‘nobele rotting’ hebben ondergaan (quod non). Het steekt misschien technisch goed in elkaar, maar wij vinden geen enkele wijn van Tempus Two vermeldenswaardig.

Dan naar Scarborough. Een wereld van verschil. Een kleine, ambachtelijke wijnmaker die alleen in Australië, en dan nog vooral aan de cellar door verkoopt. We krijgen heel gastvrij een placemat met daarop alle negen wijnen van Scarborough, begeleid met crackers, kazen en fruit. De Semillons komen van verschillende ondergrond (zand, resp. klei) en dat proef je. Ondanks de mineraligheid van de zandsemillon, prefereren we de kleisemillon; die is fruitiger. De beschrijving van deze laatste in de eigen folder is van grote klasse: “A Hunter Semillon balanced on a knife edge. Nervy and herbaceous when young or smart dressed in cashmere and hair of spun honey with a few years of age”. Volgens de dames worden ze beide nog lekkerder over een paar jaar, de wijnen. Van de Chardonnays bevalt de Chablis-stijl het best. De Shiraz uit Hunter Valley is peperiger en minder ‘jammy’ dan die uit Barossa, maar kan nog niet helemaal bekoren. Anke koopt een flesje Late Harvest Semillon (vijgen, gesuikerde limoen en lychees).

 

10 JANUARI. We staan nog steeds in Blackheath. Vandaag is gewijd aan de schoonheden van Takoomba in de Blue Mountains. Vanaf Echo Point zien we de ‘Three Sisters’; drie rudimenten van dezelfde geologische laag als de canyonrand, die daardoor hoog uitsteken boven de canyon. Zo heel bijzonder zijn ze niet, maar ze geven wel mooi fotografisch perspectief. En een Aboriginal Droomtijd –verhaal. Het Kedumba volk stond op het punt een oorlog te verliezen van het rivaliserende Nepea –volk (ze waren hard aan ‘winnetou’, maar dat lukte niet erg ;-)). De koning wilde niet dat zijn mooie dochters in handen van de vijand vielen en veranderde ze voor de zekerheid in rotsen. Helaas legde hij zelf het loodje voordat hij de betovering kon verbreken. Het is erg druk op Echo Point. Veel dagjesmensen uit Sydney en toeristen. Menigeen neemt de ‘Giant Staircase’ naar beneden, om dan weer met een treintje dat ooit voor mijnwerkers is aangelegd naar boven te gaan. Verder is er in het Blue Mountains National Park nog niet lang geleden oerwoudboom (Wollombi Pine) ontdekt, waarvan men dacht dat die al miljoenen jaren uitgestorven was. Inmiddels is ie zelfs in de Sydney Botanical Garden weer met succes is aangeplant.

Wij hebben de traptreden van gisteren nog flink in onze spieren zitten en besluiten een wandeling te maken naar de cascades en watervallen in Leura. Het zou een relatief vlakke tocht zijn. Opnieuw is het ruim 30 graden en vlak is echt een relatief begrip hier. Het is soms nog flink geklauter. Halverwege komen we gelukkig bij een chique restaurant, waar men blij is dat we met ons bezwete kloffie buiten blijven zitten. Een te delen voorgerecht biedt ons het alibi om veel water en ijsthee te drinken. Als we na een kilometer of acht weer terug zijn bij Echo Point, baden de drie gezusters in ander licht en zijn alle toeschouwers ververst. Er is ook een Aboriginal die het schouwspel begeleidt met onnavolgbare didgeridoo –muziek. Er zijn voor ons geen ritmes in te ontwaren, zeker niet als hij ook nog volslagen willekeurig met een stok op de ‘doo’ gaat slaan. Heel knap.

 

9 JANUARI. Vandaag blijken we, achteraf bezien, zo’n beetje alle wandelingen vanuit Blackheath in de Blue Mountains in één keer te doen. Vanaf het prachtige uitzicht op Govetts Leap op de Bridal Veil Falls, via de Cliff Top Track naar Evans Lookout en vervolgens via de Grand Canyon Track het Braeside Track om weer bij Govetts Leap uit te komen. Dat zegt jullie natuurlijk allemaal niks, maar weet dat Anke alle treden naar boven heeft geteld. Het waren er tegen de 2000, op een wandeling van ruim 10 kilometer. Op het eind had ze nauwelijks lucht meer. Maar het was het waard. Het samenstel van wolkenconstellaties, geologische rotsformaties, watervallen, canyons en subtropisch regenwoud is niet te fotograferen. De hagedissen zijn helemaal niet schuw, ze komen nieuwsgierig over je schoenen lopen. Vooral Anke heeft vanavond het gevoel dat het maar niet wil afkoelen …

 

8 JANUARI. In Cowra is ooit maar één ding gebeurd en dat moeten we weten ook. Op 5 augustus 1944 probeerden ruim 1000 Japanse krijgsgevangenen (POW’s) te ontsnappen. Er vielen ruim 300 doden en de rest werd uiteindelijk weer opgepakt. Op de site van het krijgsgevangenkamp, waar we er overigens achter komen dat daar op verzoek van de Nederlandse regering destijds ook zo’n 1000 Indonesische politieke gevangenen zijn ondergebracht, begint opeens vanuit een wachttoren een commentaarstem te praten. Een Zuid-Afrikaan die wil weten hoe we dat aan de gang hebben gekregen kunnen we niet helpen. Er is kennelijk een button of een sensor, die door onze beweging wordt geactiveerd. Opnieuw is mijn huid iets wat opvalt. En met name het verschil in kleur met Anke. Het is goedbedoeld, maar menigeen denkt dus dat bij mij aan de buitenkant al te zien is dat er iets mis moet zijn. Bij de Tourist Information blijkt een holografische voorstelling te worden getoond over de uitbraak. Het had allemaal te maken met de schaamte die een Japanse soldaat voelt als hij levend in handen van de vijand valt. Vrijwel alle gevangenen waren zwaargewond of bewusteloos in een ziekenhuis terecht gekomen, opgelapt en in het kamp ondergebracht. Anders dan de Italianen, die daar ook zaten, wilden ze niet werken en deden ze dus zelfs een poging zich dood te vechten. Uit de mond van een overlevende Japanner wordt echter opgetekend dat hij door de behandeling die hij van de Australiërs heeft gekregen uiteindelijk de werkelijke waarde van het leven is gaan inzien…. Op Japans initiatief is er in Cowra een grote Japanse tuin aangelegd.

Ook blijkt Cowra e.o. meerdere wineries te hebben. Heel South-East Australia is een wijngebied! We bezoeken The Mill, waar Stewart Walton ons geroutineerd de hele range van wijnen laat proeven. Van een onzes inziens volstrekt mislukte blend van Sauvignon Blanc en Semillon (vooral erg bitter) tot een ‘Family Reserve’ Cabernet Sauvignon waar we nog avonden later van zullen genieten. Frisse zwarte bessen, potloodslijpsel, schoensmeer en wat dies meer zij, zoals prikkeldraad, afzetpaaltjes en gevulde koeken, en dat alles met een ‘velvet finish’. Hoe krijgen ze het voor elkaar. En, heremijntijd, zelfs 16% alcohol! Dat gaat richting de versterkte wijnen zoals Port en Sherry. Stewart kent Nederland overigens als het land met de meeste expertise op het vlak van ‘ondertitels’. Hij is er meerdere malen geweest voor een opdracht van de Japanse televisie. Ik beloof hem op mijn site wat persoonlijke ondertitels te zullen geven.

Van Cowra naar Blackheath in de Blue Mountains. Takoomba is bekender, maar hier is het rustiger en niet minder mooi. Onderweg zien we twee reuzehagedissen van zeker een meter lang (varanen?) voor onze ‘van’ langs schieten.

 

7 JANUARI. We zijn vroeger wakker dan gepland. Het ritme van de Aussies, dus ook van onze buren, is in deze warmte: tussen 9 en 10 naar bed, en om 6 uur op. Mijn neef Gertjan is in Nederland nog net jarig, maar ik bel maar niet meer. Van harte alsnog! Ik (Jan) heb me voor de zekerheid vanochtend maar geschoren, want anders ga ik mogelijk per ongeluk onder het mes bij de schaapscheerdersdemonstratie die we zometeen gaan bezoeken.

Van de schaapscheerder geen complimenten voor mijn strakke shave. Wel een opmerking over mijn lichte huidskleur (still tryin’ to catch some sunshine, are you?). Net als vele andere Aussies is –ie echt geïnteresseerd in waar we vandaan komen en wat we komen doen. Standaard begint het gesprek met ‘How are you doing?” en het eindigt met “No worries, mate!”. Ik geloof meer en meer dat dat niet bedoeld is om je aan te moedigen je geen zorgen te maken, maar om je verder een zorgeloze dag toe te wensen.

Het te scheren schaap was in de handen van de scheerder zo mak als een lammetje. Het onderging het gelaten, misschien wel omdat het het in haar leven eerder had meegemaakt. In nog geen vier minuten was de jas – in één stuk – uit. Het schaap bloedde als een rund, maar dat was volgens de scheerder vergelijkbaar met de sneetjes die ‘wij mannen’ wel eens hebben na het scheren. Ook deze gelegenheid om mij een compliment te maken liet hij passeren.

Daarna een volgende tussenstop richting de Blue Mountains: Cowra. Onderweg zien we wat ‘outback’ inhoudt: lange rechte wegen door dor, soms mooi rood landschap. Wat over Cowra te vertellen valt, vertellen we morgen, maar heb je al gelezen als we volharden in onze hebbelijkheid om het verslag van de laatste dag bovenaan te zetten. Ze hebben er in ieder geval een Caravan Park met een lekker zwembad.

 

6 JANUARI. Na een doorstoofde en doorwaakte nacht (ons koekblik wilde maar niet afkoelen) vanmorgen linea recta uit de slaapzak mijn bikini en de rivier ingelopen. Heerlijk. Hoewel ik niet weet wat er allemaal op de Murray River geloosd wordt, maar dat zal me even een zorg zijn.

We starten de dag verder met een wandeling langs de River trail: prachtige bomen en vogels. Maar nu al hot. Op weg. We wilden eigenlijk de Lindemans Karadoc vestiging bezoeken, maar omdat dat toch zo’n 45 km afwijkt van de hoofdroute slaan we hem over. Achteraf niet ongelukkig want nu komen we Trentham estate tegen, waar we op de gok maar gaan proeven. Pakt goed uit, een prachtige plek langs de rivier waar ons prima wijnen worden voorgezet, die ook heel verrassend zijn: een mooie Viognier (abrikozen, perzik en frisse sinaasappel), een verrassende rosé van Sangiovese (want voor de verandering smaakt-ie eens niet alleen maar naar raspberry/strawberry maar ook naar kruiden en fudge). En Jan proeft nog een echt goede, awardwinning (maar dat lijken ze hier allemaal wel) Shiraz. Daarnaast zijn er nog allerlei minder bekende single-grape wijnen, zoals Petit Verdot, Vermeto en Nebbiolo. We volstaan met de Viognier (mee te nemen) en drinken koffie aan de rivier alvorens onze tocht van vandaag op te pakken: 300 km naar Hay, het eerste volwaardige stadje dat we tegenkomen. Hay is ‘home of the shearers’ (schaapscheerders) en wijdt daar een groot museum aan dat we toch maar bezoeken. Best leuk, er is zelfs een ‘Hall of fame’ voor schaapscheerders. Het wereldrecord staat op zo’n 345 schapen door één persoon in een uur of 8. Overigens is elk stadje hier wel ‘iets’: ‘First mining town’, of ‘tidiest town in South Australia’ (alsof je daar zou willen wonen!) of ‘home of the cherries’. Iedereen verzint wel wat.

We zoeken, om onszelf te verwennen en omdat we nog steeds in een warme zone zitten (zo’n 35 graden) een motel met airco zodat we een koele en mugvrije nacht tegemoet gaan na te hebben genoten van een duik in het zwembad en een bezoek aan de plaatselijke bistro. Niet vergeten: de Riesling van Brown Brothers is ZOET!

 

5 JANUARI. Omdat gister ons voorgenomen bezoek aan Clare Valley wat beperkt werd door alle autoperikelen, nu nog maar naar een paar wineries alvorens te beginnen aan de grote terugtocht (1400 km!) richting Hunter Valley en de Blue Mountains.

Op eerdere campings zijn ons door Aussies die babbeltjes komen maken Taylor en Skillagalee aanbevolen, de eerste vanwege de cabsav’s zoals zij die noemen (Cabernet Sauvignons), de tweede omdat het gewoon een mooie plek is, ook voor morning teas. Skillagalee it is. Een wat verlegen man legt ons van alles uit en schenkt ons vooral goede Rieslings, Jan vindt met name die van 2009 erg mooi. Zelf vind ik bij wijze van uitzondering (ik ben meer ‘into’ wit op het moment) de blend van Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Malbec erg goed smaken. We laten ons vervolgens in de prachtige tuin van het bijgelegen restaurant een morning tea (koffie) met scones goed smaken. Taylor’s is een veel grotere winery, een fabriek. De dame daar heeft een leuk verhaal, ook over de historie van het bedrijf. We zijn beiden gecharmeerd van de Sauvignon Blanc die verrassend veel grapefruit heeft. Daarna starten we de grote tocht naar Sydney, die ons vandaag naar Mildura voert, een stadje 400 km verder langs de Sturt Highway, bijna in de outback van Australië. De route is prachtig. Het is aan de ene kant dor en droog, maar aan de andere kant ook erg mooi vanwege de rode aarde, het lichtgele gras en een enkele verdwaalde, verwaaide boom. Het doet me denken aan de vlakten in Kenia. Verschil is, behalve dat je hier weinig olifanten ziet, dat de wegen een stuk beter zijn en zich geen stapels autowrakken langs de kant van de weg bevinden. We kunnen bijna aan één stuk door zo´n 100 km/u rijden (harder lukt met de ‘van’ niet, daarvoor zijn de wegen toch net te hobbelig. Bovendien protesteert Jan als ik dat doe). Het waait ook constant hier, een droge, warme föhn (36 graden vandaag), die flink aan mijn stuur trekt als ons een vrachtwagen tegemoet rijdt. Gek genoeg zien we hier geen windmolens, ook amper zonnepanelen; die zouden hier toch veel effect hebben.

Eind van de middag (die een half uur korter duurt vanwege de nieuwe tijdzone in Victoria) belanden we in Riverpark Camping, aan de Murray River; een rivier die ons achtervolgt sinds Adelaide en nog wel een tijdje bij ons blijft en die ons doet denken aan de Mississippi, zo groen en zo moerassig. We zitten nu af te koelen met het heldere sterrebeeld Orion boven ons.

 

4 JANUARI. Jan heeft vannacht tijdens zijn momenten van kortstondige waak een associatie met de geur van opgewarmde kliekjes en denkt dat er in de ‘van’ wat ligt te bederven.Vanwege het aantal ‘muggenbulten’ dat Anke meent ’s nachts op te lopen, zelfs binnen haar slaapzak, is zij in de reserveslaapzak gekropen (de campervan is geschikt voor drie personen). Bij het zo af en toe even wakker zijn tijdens de nacht ruikt ze iets wat haar aan sperma doet denken. “Gadver, die slaapzak is gewoon niet schoon!”. Na het onderling ochtend-appél is ook Jan van mening dat het inderdaad iets heeft van bloemen en passievrucht ;-). Na het douchen gaat hij op onderzoek en komt er achter dat de verbindingsslang tussen de LPG-tank en het kooktoestel van de ‘van’ de hele nacht heeft gelekt. De eergisteren gevulde tank is vrijwel leeg. Het is maar goed dat we beiden lang geleden met roken zijn gestopt …

We gaan dus zowel voor een nieuwe reserveband als voor een reparatie aan de LPG installatie naar Tanunda. Bij de plaatselijke tireservice brengen ze onze banden op spanning, maar blijkt de benodigde band niet voorradig. Geen kosten. Er is gelukkig nog een bandenleverancier in dit dorp. Ik vind dat wel wat verdacht. Wat is er met dit dorp, dat er kennelijk zoveel banden nodig zijn? Daar worden we direct en voortvarend geholpen. Ik bel nog even met de verhuurder van de campervan om te vertellen dat ons is herbevestigd (de road service had ons dat ook al gezegd) dat de geklapte band een profiel had waarmee de auto niet had mogen vertrekken uit Sydney. De verhuurder zegt bereid te zijn de kosten te dragen als de nieuwe band geleverd wordt door ‘Beau Repair’, een keten waarmee men een contract heeft. Ik kijk naar de pui van het bedrijf waar we staan en kan gelukkig bevestigen dat we bij ‘Beau Repair’ staan. Pfff… Aan het personeel dat toch wel veel moeite heeft om de nieuwe ‘spare’ onder de auto te krijgen raken we uiteindelijk onze overtollige 3 literverpakking Hardys CS kwijt.

Dan nog de LPG installatie. Via een garage waarvan de werkplaats gesloten is, maar iemand ons ondanks dat wel helpen wil als we binnen drie kwartier met de juiste onderdelen aankomen, komen we bij Mitre 10, de Australische Gamma. We leggen aan een verkoper uit wat het probleem is en hij loopt met ons mee naar de auto. Vervolgens heeft hij meer dan een uur, in de brandende zon, geprobeerd om het probleem te fixen. Zelfs nog een collega erbij gehaald, maar tevergeefs; de fittingen van onze LPG installatie zijn te specifiek. Hij verontschuldigt zich en wil absoluut niets aannemen voor de moeite. We krijgen een routebeschrijving naar een in caravans gespecialiseerde zaak in Gawler. Nadat we de afslag drie maal voorbij gereden zijn, krijgen we het heen en weer en nemen we maar een willekeurige volgende. We menen volledig verdwaald te zijn op het moment dat we toevallig de weg inrijden waar het bedrijf gevestigd is. Zulke aardige mensen, die Australiërs …

De reparatie blijkt geen sinecure. Opnieuw moet toestemming worden gevraagd aan de verhuurder. Ditmaal voor een wijziging in de installatie. De monteur heeft ons meermalen hoofdschuddend zijn misnoegen over de situatie die hij aantrof duidelijk gemaakt. Twee uur later en 178 dollar lichter kunnen we op weg naar ons doel voor die dag: Clare.

Clare Valley heeft bij vele Australiërs de reputatie van het beste wijngebied. Ik denk dat de kampen verdeeld zijn tussen Clare, Barossa en Margaret River. Clare is in ieder geval beroemd om zijn Rieslings. Een kilometer of 20 voor Clare beginnen de verwijzingen naar ‘Riesling trails’ die per auto of per fiets (!) kunnen worden afgelegd. Het lukt ons om nog net voor sluitingstijd de Cellar Door van Seven Hills Estate te bereiken. Dit is het wijndomein van de plaatselijke Jezuïetenorde, compleet met eigen kerk en begraafplaats (of ik dit geproefd heb, weet ik niet). We proeven onder meer een echt heel mooie Riesling uit 2008, met strakke zuren, citrus en passievrucht. Net als in Barossa experimenteert men hier graag met allerlei blends. Anke valt helemaal voor een blend van Riesling en Frontignan (een Muscat-variant); bloemig bouquet, met hele frisse zuren; veel minder zoet dan de geur doet vermoeden. Ook de uit de vriezer gepresenteerde Tokay mag er zijn: fudge! Het enige wat aan de miswijn mis is, is dat het ‘mis en bouteille’ is; in feite is het een schot in de roos, gemaakt van Pedro Ximenez; je zou er voor ter communie gaan, lijkt me. Ze maken ook Cream Sherry, waar geen Palomino in te bespeuren valt. De dames achter de toonbank weten er helaas te weinig van om te achterhalen wat dan wel; ze zijn gewoon niet wijnig genoeg. In het gemoedelijke proeflokaal kunnen ook souvenirs worden gekocht, onder meer een ‘zelfspottende’ theedoek met twee monniken, waarvan de eerste zegt: ‘wine is the enemy’, en de tweede ‘love thine enemy’.

 

3 JANUARI. Een uiterst aangename dag met een heerlijk zonnetje. Mooie zondag voor de Barrossa Valley. Op aanraden van de vriendelijke mevrouw in de Information Office maken we op weg erheen nog stops bij de Melba Chocolate Factory (waar Jan het personeel bevraagt over het Fair Trade gehalte van de cacao), een klein kaasfabriekje en een kleine markt. Allemaal helemaal leuk om te zien en te proeven. Bij de markt proeven we de wijnen van de kleine winery Tilbrook Estate. Leuke vrouw daar, laat ons vooral lekkere Sauvignon Blanc proeven. Aanvankelijk hoort ze bij ons een ‘germaans’ accent, maar ze verontschuldigt zich als ze hoort dat we Nederlands zijn. Fortunately she didn’t mention the war. En dan gaan het grote werk beginnen. Denken we ten onrechte… want op weg naar Tanunda – het hart van Barrossa Valley – krijgen we plotseloos een lekke achterband. En omdat de schroef waarmee we de spare tyre moeten tevoorschijn halen lam is, zijn we genoodzaakt hulp in te schakelen. Het kost Jan drie kwartier voordat hij iets/iemand te pakken krijgt, en dan nog een uur voordat de road service langs komt. Die het vervolgens in 5 minuten piept, hij zet er niet eens zijn motor voor af (maar dat is een hebbelijkheid van de meeste Australiërs, dat ze de motor eindeloos laten draaien). Een beetje in de hurry bereiken we rond half vier toch nog ons doel, zodat we in anderhalf uur tijd nog kunnen genieten van wijnen van Peter Lehman (ook in NL zeer bekend) en Seppeltsfield Estate (ook een grote jongen).

Peter Lehman (althans, zijn vertegenwoordiger in de Cellar) laat ons ook heerlijke Chardonnay proeven (weer die toast smaak) en daarnaast is er een verrassende blend van een vijftal witte druiven die ik erg lekker vind (‘Layers of white”, bestaande uit Chardonnay, Riesling, Pinot Gris, Muscat en Semillion) terwijl Jan een voorkeur heeft voor de ‘Layers of red’ (waarin Cab.Sauvignon, Shiraz, Grenache, Mourvedre en Carignan).

Bij Seppeltsfield Estate, een wijngoed van indrukwekkende proporties, met een enorme oprijlaan omzoomd door palmen, is het flink druk. We drinken een tegenvallende Riesling maar een prima GSM: een mix van Grenache, Shiraz, Mourvedre, hier (en in de Rhone) niet abnormaal als blend, met een James Haliday rating van 94/100. Verder vind ik zelf de fortified wines heerlijk, we nemen een tokay mee.

Het leukst vind ik nog de ontmoeting met ene Gert, een dametje dat staat te genieten van de wijn in gezelschap van een groepje mensen. Ze blijkt 91 te zijn geworden, en drinkt de wijn die speciaal naar haar is vernoemd (sparkling Shiraz). We raken met haar aan de praat en dat is heel bijzonder: zo’n levendige, zelfs nog knappe vrouw (ondanks de rimpels), die zo’n levenslust aan de dag legt. You have to enjoy life, you know, zegt ze. That’s what it’s all about!

 

2 JANUARI. Hahndorf was niet voor niets onze bestemming: het ligt prachtig strategisch tussen McLaren Vale en de Barrossa Valley. Dus vandaag naar McLaren Vale, via een leuke route langs allerlei kleine, mooie dorpjes. We belanden als eerste bij (naar mijn idee meteen de leukste) Winery Hoffman. Prachtig gelegen, idyllisch. Een oudere grijze man die mooi kan vertellen over zijn werk annex hobby. En we proeven een prachtige Chardonnay die ons weer eraan herinnert dat we voorheen Chardonnay toch erg lekker vonden (voordat dat beeld werd verpest in allerlei restaurants waar ze niet de goede kwaliteit serveerden). Met Chardonnay luistert de kwaliteit toch behoorlijk nauw. En kwaliteit heeft deze zeker: een heerlijke hint van toast en van iets boterigs (ik lijk wel een wijnkenner, maar als je vakantie houdt met Jan dan ontkom je er niet aan). We lunchen in het gezellige maar drukke dorp en bezoeken vervolgens als eerste de grote d’Arenberg, totaal andere koek dan de vorige: bijzonder druk. We worden goed bediend, maar het personeel is vooral professioneel, zakelijk en heel druk met de bijna 80 man die er rondlopen. Jan raakt bij het proeven het spoor bijster vanwege de hoeveelheid druivensoorten die hier in blends worden gebruikt; ook de in Nederland verkrijgbare ‘Jump Stump’ –wijnen komen van d’Arenberg. We eindigen bij een kleintje: the Olive Grove produceert olijven en heeft daarnaast Lloyd Bros Winery. Beide worden gerund door een jong stel met 3 kinderen, de productie is dan ook niet supergroot, maar wel buitengewoon goed! We drinken ook hier een erg goede Chardonnay en een (door James Haliday als zodanig bestempelde) superbe Shiraz. Tot slot doet Jan nog een (overigens niet bijzonder) slokje Riesling bij Kay Brothers Amery wine, maar zonder mij want ik moet nog rijden en heb behoefte aan frisse lucht. Terug naar onze stek waarna we het ‘nachtleven’ van Hahndorf uitproberen (not! Maar wel lekker gegeten).

 

1 JANUARI 2010. In de veronderstelling dat het 10u. eerder dan in Nederland hier Nieuwjaar zou zijn, tuiten Anke en ik onze lippen voor de eerste kus, als ik er nog net op tijd achter kom dat we vandaag een nieuwe tijdzone zijn binnengereden (South Australia). Daarin is het – je gelooft het niet – 9,5 u. eerder dan in Nederland. We moesten dus nog een half uur wachten. De in Australië zeer populaire Sparkling Shiraz (Banrock Station, Murray River) valt wat zwaar; de helft gaat door de gootsteen. De volgende ochtend doen we het nog eens dunnetjes over nadat het na de laatste tonen van Bohemian Rhapsody ook in Nederland 2010 geworden is. Het nieuwe jaar is hier al even bezig, dus wij kunnen voorspellen wat dat voor Nederland brengen gaat: jullie zullen de eerste uren in het donker en vooral slapend doorbrengen.

Na dus drie keer aan het nieuwe jaar begonnen te zijn, starten we de dag met het checken van de mail, het gastenboek en de vele sms’en. Leuk. Alvorens de Coonawarra regio te verlaten, maken we een wijnproefstop bij Penley Estate. De ‘gastvrouw’ van Penley hebben we de dag ervoor al in het dorp ontmoet, reden om hierheen te gaan. Zij offreert ons onder meer een goede shiraz, mooie bordeaux-blend en vooral mooie verhalen en een vriendelijke ontvangst.

Onze volgende stop is bij Narracoorte Caves National Park. We bezoeken daar een van de meest interessante grotten waarin enorm veel en enorm oude fossielen zijn gevonden (ca. half miljoen jaar oud). We doen dat onder begeleiding van een gids, een oudere man met veel overwicht op de ook aanwezige kinderen en een goed gevoel voor humor. We zien, naast vele stalagnieten en stalagtieten (bij ons natuurlijk al niet meer zo bijzonder voor wie de grotten van Han heeft bezocht) de overblijfselen van een prehistorische slome kangoeroe en een prehistorische ‘leeuwachtige’. Onze gids geeft interessante uitleg over het hoe en waarom van het uitsterven en trekt en passant de parallel met vandaag de dag: het uitsterven van vele diersoorten is iets dat zowel in het verleden (de homo sapiens zou namelijk de kangoeroe te grazen hebben genomen en daarmee het zowel de Australische leeuw noodlottig als zichzelf heel lastig hebben gemaakt) als nu door de mens veroorzaakt wordt en we moeten stilstaan bij de gevolgen van ons handelen.

Na afloop is het al begin middag en gaan we wat kilometers maken. Zo’n 250 km naar Hahndorf, en dat lijkt niet veel – maar met ons logge bakbeest van een ‘van’ gaat het niet zo snel. Bovendien waait het waanzinnig, is lastig sturen. Overigens worden we door het verkeer vaak welwillend behandeld (als we bergop niet zo snel zijn) maar zo nu en dan zit er eens een keer een maniak op onze bumper. Op weg naar Hahndorf haalt zo’n type ons in over de ononderbroken streep en tot onze grote verbazing wordt hij nog geen halve minuut later bijgehaald door een politie-auto die hem tot stoppen dwingt en ongetwijfeld een flinke boete oplegt. Dat is nog eens handhaving! De politie ‘adverteert’ ook langs de weg met billboards waarop staat: “we’ll stop you from spoiling someone else’s weekend”.

Eind van de middag komen we in Hahndorf aan, klinkt Duits en dat is het ook. Ik waan me in de nabijheid van Louis van Gaal (mits die de kerst in Bayern nog overleefd heeft?) en Jan vindt het meer op België lijken, maar hoe dan ook: zeer Europees. Fachwerkhaüser in het dorpje dat vriendelijk en welvarend oogt.

 

31 DECEMBER. We zitten nu in Penola, in de Coonawarra Wine Region. De tocht ging door typisch Australisch landschap: veel hooi-achtige weilanden, soms met schapen, vaak met zwarte angus-runderen en met ogenschijnlijk verdwaalde groteske bomen. Lange lege wegen. Op het radio-nieuws hoorden we opeens Guusje ter Horst uitleggen dat ook Nederland ‘body scans’ zou gaan toepassen. De poging tot een aanslag op het vliegtuig van Amsterdam naar de VS door een Nigeriaan is hier ‘frontpage news’.

Het restje van de Banrock Station van gisteren haalt het toch niet bij de Sauvignon Blanc van Raïdis Estate. Mooie zuren, citrus en passiefruit. Aan de Cellar Door gekocht van een trotse eigenaresse, met wie Jan een discussie voerde over het belang van de juiste gistkeuze voor de fermentatie van druivensap. Het is hier ‘bloody hot’, maar zowel de SB van Raïdis als de Riesling van Koonara (beide bezocht) wonnen prijzen in ‘cool climate’ wine contests. De Coonawarra promotie is vooral gericht op de Cabernet Sauvignon –wijnen (die van Raïdis is erg lekker fruitig; een heel correcte CS: frisse cassis met toch wat vanille).

We liggen ons nu languit in het gras voor te bereiden op de jaarwisseling. Misschien zetten we de top 2000 nog even aan.

 

30 DECEMBER. Ondanks de warmte bijna 11u. geslapen. Bij het ontbijt lopen de witte kakatoes ons voor de voeten. Deze beesten kunnen overigens afschuwelijk krijsen en volgens de campingbaas zijn ze nogal ‘destructive’; ze kunnen zomaar op je tent beginnen te kauwen. Hoewel we al met al wat ‘laat’ zijn, wil Anke toch nog de ‘Wonderland-loop’ lopen langs de ‘Grand Canyon’ en de ‘Pinnacles’. Maar alle moeite die het uiteindelijk kostte (hitte en hoogte) was het waard. De middag eindigt (na een paar koele duiken in het camping zwembad) met een prima Sauvignon Blanc van Banrock Station (Murray River). Op het etiket staat dat deze firma zich erop voorstaat bij te dragen aan een ‘goede aarde’. Ik kan me nu opeens voorstellen waarom Philips niet adverteerde met de milieuvriendelijkheid van zijn TV’s. De klant mocht eens denken dat het beeld er minder toe deed. Ook ik dacht: die wijn moet gewoon lekker zijn!.

Tegen de schemering gaan we richting Barruka Park, dichtbij de camping, om kangoeroes te zien. We zijn nog geen 300 meter op weg, of het wemelt er al van. Er zijn een paar kuddes neergestreken aan de achterkant van de camping. Ze zijn bepaald niet schuw. Prachtige foto’s gemaakt. Maar wel oppassen dat je na het tandenpoetsen op de camping niet over een kangoeroe struikelt.

 

29 DECEMBER. Via het centrum van Port Fairy (tanken en boodschappen) en Dunkeld (koffie en toeristeninformatie), gaan we naar het National Park ‘The Grampians’ (150 km landinwaarts). We blijven twee dagen op camping ‘Takaru’. Prima plek daar, onder de welkome schaduw van een enkele boom. Direct na aankomst gaan we een paar prachtige ‘scenic lookouts’ bezoeken, zoals Reeds Outlook en de Mackenzie Falls. ’s Avonds zijn we bekaf. We drinken nog wat van een hier niet ongewone blend van Shiraz en Viognier uit Hunter Valley, maar die kan ons niet echt bekoren. We staan hier gelukkig naast een autistisch stel, zodat we vroeg naar bed kunnen ;-).

 

28 DECEMBER. Na eerst een mooie wandeling door subtropisch oerwoud bezoeken we de rotsformaties langs het ‘Shipwreck’-deel van de Great Ocean Road. En een groot aantal vliegen verwelkomt ons daar. Dat doet me denken aan de Denen die ons hun overtollige voorraad (w.o. reeds genoemde 3l box Hardys) cadeau deden toen ze vanaf de camping bij Melbourne terug naar huis moesten. Ik vertelde hen dat we er rekening mee hielden dat het aan de Great Ocean Road stervensdruk zou zijn na Kerst. De man zei: “don’t worry, there are flies enough for everyone”. Bij de Twelve Apostles sluiten we aan bij een groepje dat onder leiding van een Ranger wat toelichting zal krijgen over de vegetatie van het National Park. De Ranger is een heel enthousiaste vent, die echter midden in zijn verhaal aangeeft: “sorry guys, now I feel sick and I am going to throw up”. Zo gezegd, zo gedaan. Hij is heel blij met de fles water die we bij hem achterlaten.

We nemen een camping in Port Fairy en zoeken vandaar de weg naar het strand. Als ik het aan een wat zonderlinge man van een jaar of 35 vraag, rent die het belendende huis in om zijn vader er bij te halen. Die brengt ons vervolgens bij het strand en staat er op om ons die avond van de camping te komen ophalen voor koffie en een rondrit door het dorpje. Kay en John zijn alleraardigste mensen die van geen ophouden weten. Om 12u. zitten we nog aan de oude Tawny Port uit Hunter Valley. Ik zeg op alles iets terug, hetgeen het echtpaar aanmoedigt het nog later te maken. Op een gegeven moment komt hun zoon (die dus geestelijk gehandicapt blijkt te zijn) de kamer binnenstormen in jaren ’50 pyjama en roept dat we zachter moeten praten, want hij zit Superman te kijken; een scene die zou passen in iedere Alex van Warmerdam –film. Anke is uiteindelijk degene die aangeeft dat we er een einde aan moeten breien.

 

27 DECEMBER. Via het Centrum van Melbourne manoeuvreert Anke ons veilig, via Geelong en Torquay (ik moet hierbij aan Fawlty Towers denken), naar de Great Ocean Road. Het eerste stuk daarvan is de ‘Surf Coast’, maar het is relatief windstil vandaag, dus er is weinig spectaculairs te zien, eigenlijk. Het is heel druk na kerst. Er lijkt geen plaats op de campings te zijn. We zijn al bereid genoegen te nemen met een stal en een kribbe als we in Apollo’s Bay de campingbaas bereid vinden een stel te vragen of we hun plek (en dus de kosten) mogen delen. Olly en zijn vriendin vinden het prima. Zij knipoogt dat ze zich op de overvolle camping al wat eenzaam voelde. Van geld willen ze niks weten. Ook de 3l.-doos wijn (Cabernet Sauvignon van Hardys) die we op de vorige camping van onze buren kregen raken we niet aan ze kwijt. We kletsen wel heel gezellig een deel van de avond en delen uiteindelijk de Icewine van Wild Dog, die hen heel erg verrast, maar ons nu wat tegenvalt. Te dun. Olly (oorspronkelijk Brit) spreekt zijn verbazing uit over de verkeersborden in Victoria, met bijvoorbeeld de tekst: “Open your eyes! Time for a power nap.” Hoe kan je die nu lezen als je je ogen dicht hebt? Ook ik heb ze geprobeerd te fotograferen, maar had kennelijk net mijn ogen dicht. Ook idioot zijn de borden “Drive left in Australia”, zo’n 250 km. van het dichtstbijzijnde internationale vliegveld. Als die boodschap op dat moment nog relevant is, ben je goed weggekomen.

Apollo Bay is heel levendig; er zijn warempel een bioscoop en een kermis. Op de terugweg naar de camping maken we prachtige nachtfoto’s van de hemel met het sterrenbeeld Orion.

 

 

26 DECEMBER. Boxing day. Hier vooral de dag van de start van de SALES! Menigeen heeft ons al verteld dat hij (nou ja, vooral zij) zich om die reden zo op Boxing day verheugt. Wij begeven ons weer naar Melbourne, dit keer in een heerlijk zonnetje, maar laten wel de sales voor wat die is. Queen Victoria Market blijkt wederom gesloten, helaas. We brengen de middag dan ook vooral door in de hippe wijk Fitzroy. Met name de Lygon Street (home of the Italians) met onder meer een wijnzaak waar Jan een lang gesprek heeft met de eigenaar – een geweldige wijnkenner – en de lange Brunswyckstreet (studentenbuurt) bevallen ons erg. Er hangt eigenlijk meer een koninginnedagsfeertje. Iedereen vrolijk en erg relaxed. We eten heerlijk bij een ‘studenten’terrasje en raken aan de praat met een NL jongen die daar tijdelijk werkt en twijfelt of hij in Australie blijft of teruggaat naar Nederland. Lastige keus. We genieten van een paar goede Aussie-wijnen: een Riesling uit Clare Valley (mmm!), Sauvignon Blanc uit Margaret River (helemaal aan de andere kant van Australië) en Cabernet Sauvignon (2003) uit Coonawarra. We eindigen in het Imax theater om de film Avatar te zien. Beetje Lord of the Rings-achtig spektakel (fusion van Disney en Terminator) maar in 3D (met echte 3D-bril) wel spannend.

 

25 DECEMBER. Een bezoek aan het Mornington Peninsula. Vrijwel alles is dicht vandaag. Ook Briars Park, waar we een Koala safari hadden willen wandelen. De paden zijn echter afgesloten. Het enige pad (boardwalk) dat open is, voert ons via mooie wetlands naar Mount Martha, wat wel een gekke naam is voor een strand, trouwens. Daarna naar Arthur’s seat, een heuvel van ruim 300 meter, vanwaar je het hele schiereiland zou kunnen overzien als het niet een beetje heiïg was geweest. Bovenop de heuvel zitten hele families te picknicken en massaal waterpijp te roken. Zo vier je Kerst! Wij besluiten tot een Sauvignon Blanc (mooi) en een Pinot Gris (te zuur voor een Pinot Gris) van de lokale Red Hill Estate, bij waarschijnlijk het enige open restaurant in heel Australië. Bij de pier van Rosebud houden we Sorrento en Portsea (immers beschreven als toeristische badplaatsen) verder voor gezien en gaan terug voor onze kerstmaaltijd: Marokkaanse couscous met kaas. Dit alles inspireert ons tenslotte tot een tafeltennisdemonstratie voor de campingjeugd.

 

24 DECEMBER. Vandaag zijn we laat op vanwege de slechte nacht. Het is ’s ochtends helemaal betrokken en nog bedompt warm. Met bus en trein/metro naar het centrum van Melbourne is goed te doen, maar het is niet snel en het sluit niet lekker op elkaar aan. Het kost ons nog ruim anderhalf uur. Het begint licht te regenen. Toch geeft de stad een heel vrolijke indruk. Men is duidelijk bezig met de voorbereiding op kerst. De beroemde Victoria markt is al afgelopen als wij daar aankomen. Achteraf bezien bereiden we al wandelend ons volgende bezoek, over twee dagen, aan Melbourne voor. We zien allerlei gelegenheden en straatjes die bij zonneschijn waarschijnlijk erg leuk zijn. Als we bij de brouwerij van John Squire (een ongelofelijke schuinsmarcheerder, waarover ons trots op de viltjes en via een stamboom met grote aantallen bastaardkinderen wordt gewezen) eens een echte Australische hamburgermaaltijd naar binnen werken, komt het echt met bakken uit de hemel. Het temperatuurverschil met de vorige avond is inmiddels 20 graden! Via de Rod Laver Arena, ook wel Melbourne tennis grounds, of Flinders Park genoemd, komen we op Federation Square, waar we een Christmas Carol spektakel verwachten. Alles wijst daar ook op: er zijn camera’s, een podium, feeën, narren en ook Father Christmas maakt uitgerekend daar zijn opwachting. Maar om 20u. blijkt dat we er op een groot scherm gaan kijken naar de live uitzending van het Kerstconcert dat op dat moment in één van de Olympische stadions van Melbourne wordt gegeven. Gelukkig worden er ook programmaboekjes uitgereikt, zodat we uit volle borst ‘Ding dong, merrilee on high’ kunnen meezingen (ja, lezers van Flex, het had een verzoeknummer kunnen zijn).

 

23 DECEMBER: naar Melbourne. We hebben een plek besproken bij de Big4 in Dandenong, een buitenwijk vanwaar we de trein willen nemen naar Melbourne. Met de auto in het centrum heeft weinig zin, hebben we ons laten vertellen.

We stoppen ongeveer halverwege vanwege een ‘wineries’-bordje: the Wild Dog (aboriginal: Warragul). Niet zomaar een winery, maar een mega-plek waar behalve de wijngaarden en wijnmakerij ook een groot restaurant en een Music-hall zijn. We kunnen wijn proeven bij de manager van de proeverij die niet zo uitgebreid en enthousiast is als degene die we bij de Ashby Estate hadden, maar hij heeft wel glimoogjes en schenkt ons een paar heerlijke wijnen. De Riesling is quite allright, de Chardonnay, hoewel ‘unoaked’, toch wat hoerig, de Sauvignon Blanc te waterig; de druivenstokken zijn duidelijk nog jong. Verrassend zijn (warempel) de Rosé van Shiraz, die naast natuurlijk aardbeien en frambozen ook iets van een toffee heeft, de rode Shiraz, die zich in frisse fruitigheid wel onderscheidt van de Shiraz uit warmere gebieden als Barrossa Valley; minder ‘jammy’, en tenslotte de Iced Riesling. De druiven zijn niet aan de stok bevroren, maar in de vriezer. Het heeft een heel rozijnfruitige – en niet zo appelige, zoals bij de meeste Eiswein - zoete wijn opgeleverd, met mooie zachte zuren.

Als we buiten komen heeft het net ontzettend hard geregend en vreemd genoeg is het weer volledig omgeslagen naar bloed- en bloedhitte. Dat breekt ons ’s avonds wel een beetje op, het is echt niet lekker meer (vinden ook de Aussies). We zitten tot heel laat buiten omdat het domweg te warm is om te slapen maar ook buiten koelt het maar niet af. Zittend naast de boom worden we plotseloos verrast door een tweetal Possums die geheel niet bang voor ons lijken te zijn. Mooi gezicht. Uiteindelijk diep in de nacht toch maar slaappogingen maar het komt neer op zo stil mogelijk liggen en vooral niet bewegen. ’s Ochtends om 6 uur is het nog 31 graden!

 

22 DECEMBER: van Merimbula naar Lakes Entrance. Een prachtige route weer langs de kust. Lekker doorrijden maar ook schitterende doorkijkjes naar zee, wetlands, bossen. We leggen de paar honderd kilometer af met 1 tussenpauze, bij Can River waar de angst om bosbranden overheerst, er is al aardig wat afgefikt hier. Vorige week zagen we nog op het nieuws dat bij een dorpje in deze buurt 41 (van de 41) huizen zijn afgebrand, dramatische beelden.

Lakes Entrance biedt ons een camping (dat is op zich al prettig in deze drukke tijden) die iets buiten het dorp ligt en we leggen de paar kilometer naar het dorp, het meer en de zee te voet af. Lakes Entrance heet zo, omdat een doorgang tussen meer en zee is gecreëerd. Een prachtig natuurgebied is hiermee ontstaan. In het meer zwemmen pelikanen en zwarte zwanen (begint bijna gewoon te worden).We lopen een flink eind langs zee, nemen een duik, lezen wat en genieten van de rust en de mooie natuur. Het dorpje is niet veel, dus relaxen we ’s avonds bij onze campervan met burrito’s en goede witte wijn (Rock, Paper, Scissors, 2008, Sauvignon Blanc, South East Australia, om precies te zijn).

 

21 DECEMBER. Op de primitieve camping hebben we toch goed geslapen! En de douche in de buitenlucht is weliswaar ijskoud maar het gevoel van de zon op je hoofd daarbij is toch heerlijk! Het is nog even wennen hoe veel langer alles duurt dan thuis met ontbijt maken, afwassen (water bij een kraantje halen, koken en dan alles schoonmaken), etc. Alles duurt gewoon lang in zo’n miniruimte met beperkte middelen. Echt back to basics. Zal uiteindelijk wel soort van therapeutisch werken (zen…!) hoop ik! Het strand voor onze camper nog even afgewandeld, het is echt prachtig! Daarna off: eerst tanken want de tank is nu al leeg (we rijden 1 op 6!), zal wel door mijn woeste rijstijl van gister komen, aardig wat bergen beklommen en afgedaald en moet nog beetje wennen aan de ‘van’. Jan vond bovendien (zoals gewoonlijk eigenlijk) dat ik te hard reed. Vandaag gaat het beter, eindelijk het gevoel dat ik de auto ‘in de vingers’ krijg. We bekijken het stadje Tilba Tilba (nee, is geen tikfout), waar we weer zulke aardige Australiërs tegenkomen (echt Nico, ze zijn zo).

Van zo’n aardige Aussie kregen we een tip voor een mooie strandroute die we konden volgen; we zien prachtige stranden, pijnbossen, wetlands met de meest bijzondere vogels. We herkennen in ieder geval pelikanen en zwarte zwanen.

We rijden vandaag niet te lang. We zijn moe (overblijfsel van Nederland nog) en merken dat we een beetje relaxed moeten doen. Langs deze prachtige kustweg dus, en we eindigen de weg bij het stadje Merimbula, zoeken een plek voor de camper, vlak bij het strand weer (maar nu op een camping met electriciteit enz.) en verkennen het strand (heerlijk gezwommen, gelukkig geen haaien) en de stad. En daar zijn we nu gedurende ons diner ‘Temporary Member’ van de Merimbula RSL Club LTD met zicht op zee en free wifi.

 

20 DECEMBER. Prima geslapen, onze eerste nacht in de Campervan. Ondanks alle oerwoudgeluiden van vogels die we nog nergens op het menu hebben zien staan. Eerst gaan we naar Berima, een gehucht uit 1835 waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Er is bijvoorbeeld nog een ‘gaol’. Als je dat een beetje slordig uitspreekt, dan kom je vanzelf op ‘jail’. Hier heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog een groep krijgsgevangen Duitsers vier jaar lang de vakantie van hun leven gehad. Speaking of which: jetzt geht’s los: op Mount Ashbey Estate krijgen we het hele wijnassortiment voorgeschoteld. Hoewel de Southern Highlands een ideaal verschil hebben tussen dag- en nachttemperatuur voor het maken van ‘crispy wines’, heeft deze wijnmaker zich vooral toegelegd op prachtige Pinot Gris. We kopen een fles van de 2009 editie, die vanaf vorige week in de fles zit (en er dus deze week al weer uit gaat). Ook een botrytisch type uit 2005. We eindigen de dag in het bos aan het ‘Mystery Bay’ –strand van Central Tilba. Je gaat maar ergens staan; de ranger komt morgen wel afrekenen. ‘Lekker’ primitief kamperen.

 

19 DECEMBER. Nou, dat was al een heel avontuur op zich, het huren van een Campervan. Niet zozeer vanwege de ‘van’, maar omdat ik een limiet van slechts 1.000 euro op mijn creditcard bleek te hebben (zoals mij in een voor Nederland middernachtelijk gesprek met een heel aardige ING mevrouw werd bevestigd) en de creditcard van Anke sowieso werd geweigerd. Om het ding mee te krijgen moesten we eigenlijk ruim 2.100 asd zien te pinnen. Alsof we in Las Vegas waren gingen we de ATM’s van Belmore af. Dat leverde uiteindelijk 1.900 asd op. Eigenlijk te weinig maar doordat de borg van mijn creditcardkrediet van januari zou kunnen worden gehaald, konden we toch vertrekken.

Anke was zo dapper om als eerste achter het stuur te kruipen. Bij het eerste kruispunt vroegen we ons af of links voorrang zou hebben in Australië. We bleven ongedeerd. Rechts heeft voorrang. In de 100 km. tussen het voorstadje van Sydney en Mittagong, waar we nu staan, zijn we maar 1 keer brutaalweg aan de rechterkant op een nietsvermoedende Australische automobiliste afgereden. Die gooit dan gewoon het stuur om en passeert je aan de linkerkant. Weer voor elkaar. Niks aan, dat links rijden. Gelukkig vond bovenstaand voorval plaats op de toerit naar onze camping.

 

18 DECEMBER. We zijn er al achter dat de Australische Erwin Krol een stuk nauwkeuriger is dan zijn NL collega, dus we zijn erop voorbereid dat het regent. En flink ook. Binnendingen doen dus. Zoals de route plannen voor de komende dagen, de was doen etc. En de middag brengen we voor een groot deel door in het Australian Museum. Erg interessant museum over de geschiedenis, geologie en natuur van Australië. We komen weer alle bekende beesten tegen die we al hebben gezien in de Sydney Wildlife, zoals iemand zegt: ‘everything that stings, bites or eats you’. Hoewel Jan natuurlijk denkt dat het eerder andersom zal zijn J. En een interessante expositie over de ‘indigenous people’ ofwel the Aboriginals en nog wat andere autochtone Aussies. Bizar om te zien hoe lang de onderdrukking van de Aboriginals heeft geduurd, tot 1969 werden nog Aboriginal kinderen weggehaald bij hun families om door blanken in de blanke, christelijke traditie te worden opgevoed.

Na het museum naar Starbucks voor een goeie koffie en om te internetten. Leuk om te zien dat Jan´s site goed gelezen wordt en dat een aantal berichtjes in het gastenboek staat. 

Vervolgens nog wat shoppen en door de stad lopen. Opvallend is overigens dat, wanneer je ook maar een kaart dreigt te bestuderen, er meteen iemand naast je staat om te vragen of hij/zij kan helpen. We hadden net zo goed een kaart van Amsterdam mee kunnen nemen, had hetzelfde effect gehad.

In Chinatown worden we van de weg af gerukt voor een massage – of we nu willen of niet! Na een proefminuutje gaan we akkoord met nek en schoudermassage voor 15 dollar. Toevallig blijken we beiden volgens onze masseurs een vastzittende onderrug te hebben die voor 20 dollar extra kan worden gemasseerd. Anke houdt haar rug recht en wijst het aanbod af. Jan hapt als de prijs is gezakt tot 7 dollar. Maar eerlijk is eerlijk, die Chinezen kunnen er wat van, een lekker stevige massage van rug en nek, en een kwartier later lopen we weer opgepimpt verder, op weg naar de Chinese hap voor het einde van deze regenachtige dag, onze laatste in Sydney.

 

17 DECEMBER. Weer een prachtige, heldere dag. We besluiten om het mooie weer te benutten om de boot te pakken naar Manly, een ‘suburb’ van Sydney op 11 km vaarafstand. Maar eerst naar de haven (Circular Quay) lopen via de ‘groene route’: hyde park en het prachtige botanische park. Dit laatste verrast ons, hoewel we delen ervan al eerder hebben doorgewandeld. Prachtige tropische bloemen en bomen (veel eucalyptusbomen) en plotseling zie ik, naar boven kijkend, een vleermuis hangen! Als Jan hem wil fotograferen blijkt dat er opeens tientallen exemplaren zitten, wat zeg ik - honderden! Gewoon hangend aan de takken van een kaalgevreten boom, in het felle zonlicht, krijsend naar elkaar. Het blijken grey flying foxes te zijn - een ware plaag voor de natuur want ze vreten alles aan en maken een hoop herrie. Opvallend is dat alles zo - anders dan bij ons - uitnodigend is: in plaats van bordjes ‘verboden op het gras te lopen’ staan er bordjes ‘please walk on the grass, hug the trees and enjoy the parc’. Geeft toch een ander gevoel. Net zoals de mensen hier een ander gevoel geven: niemand die tegen je aan botst, je uitscheldt of chagrijnig doet; met name mijn de laatste tijd in Den Haag toch wel dicht aan de oppervlakte liggende (en nodige!) assertiviteit neemt snel af. Niet nodig hier.

De tocht naar Manly is heerlijk, lekker zeebriesje en leuk gesprek met een NL emigrant (Theo die in 1954 (!) met zijn ouders emigreerde van Utrecht naar Australië). In Manly maken we een flinke wandeling langs de punt van het eiland waar je prachtige doorkijkjes hebt naar de oceaan. Daarna een paar duiken in zee - jippie, 17 december en in zee zwemmen, heerlijk. Gelukkig binnen de veiligheid van een dubbele haaienkooi. Als ze door de eerste linie heenbeuken, hebben we nog tijd om naar het strand te komen. Eind van de middag, tijd voor een glas - bij de 4 pines brewery drinken we cider. Vervolgens weer met de boot terug en weer door het botanisch park waar we tot onze verrassing tegen de rehearsals aanlopen van een megagrote christmas carols happening die op zaterdag zal plaatsvinden. Gek maar ook leuk om in de warmte ‘jingle bells’ te horen. We besluiten de avond, loom als we zijn, met een picknick in het park, geen zin om uitgebreid te gaan eten - dus lekker met de restanten uit de bottle shop, crackers en kaasjes tussen de bomen. Dit alles omlijst door een sfeervol onweer in de hogere luchtlagen.

 

16 DECEMBER. Prachtig weer om Sydney nog levendiger te leren kennen. Oxford Street in Paddington biedt veel winkeltjes, bars en restaurants. Ook een prima ‘bottle shop’, waar we o.m. een Riesling Ice Wine uit Tasmanië kopen. Aan het eind van de Oxford Street ligt het zogenaamde Entertainment Center, waar – jullie raden het al – vandaag een boerenmarkt gehouden wordt. We proeven er van alles, van een bessendrank die stijf schijnt te staan van de anti-oxydanten tot een ‘in de zak gekookte’ Christmaspudding die ook stijf staat, maar in dit geval van de cognac. Dit heeft als voordeel dat je hem niet direct al dit jaar met kerst hoeft op te eten, aldus de verkoper. Maar ook als nadeel dat je na een paar happen al niet meer achter het stuur mag.

Na al dit lekkers zijn we neergeploft in Hyde Park om daar in het gras onze ‘bottle shop’ –prooien te proeven. Omdat het mooi helder weer is, daarna een bezoek aan Sydney Tower. Een paar honderd meter boven de stad herinnert Anke zich dat ze eigenlijk toch wel hoogtevrees heeft. Voor een doordeweekse woensdagavond is het vervolgens een drukte van jewelste in Darling Harbour en Haymarket/Chinatown.

 

15 DECEMBER. Opnieuw is het bewolkt, net als gisteren. Later op de dag wordt het zonnig en dan is het ook direct lekker warm. Eerst naar Sydney Wildlife. De gevaarlijkste spinnen en slangen ter wereld gezien. Ook kangaroos en koala’s om aan te raken. Eén van de koala’s ziet Anke en moet onmiddellijk vreselijk gapen ;-). Op sommige momenten is te merken dat Sydney zich opmaakt voor kerst. Hele grote, lelijke kerstbomen, kerstversierde stadsbussen en een kanjer van een kerstboom, gemaakt van recyclebare frisdrankflessen.

Dan via de wijk ‘De Rocks’, waar we bij brouwerij Nelson, bij wijze van lunch, een biertje pakken, naar de Harbour Bridge. We leefden in de veronderstelling dat iedere serieuze Sydney -bezoeker die bovenlangs beklimt via de omspanningsboog. Velen doen dat inderdaad, in een groep, in klimpakken, onder leiding en geborgd aan de brug, gedurende een 3 uur durende expeditie. Op zich nog leuk, maar het kost 120 euro p.p.. Wij besluiten die pegels in de zak te houden. Wijn is immers ook niet goedkoop ;-). Een beklimming van 1 van de pilonen is zeker de moeite waard. Levert mooie beelden van de skyline en het Opera House.

Via de ‘Circular Quay’ en een helaas ranzige Riesling (onaangename zuren van het appelige soort) gaan we langs het Opera House. Na ook nog de Botanic Garden zijn we tenslotte weer bekaf en slepen we ons naar een door Indiërs gerund Italiaans eettentje (dit is typisch voor de Australische keuken). Zowel de Pinot Noir (Wairarapa) als de Sauvignon Blanc smaken goed. Beide overigens uit Nieuw-Zeeland.

 

14 DECEMBER. Mijn broer Nico is jarig. Ik stuur hem op de seconde getimed een sms vanaf het vliegveld van Sydney. Dat deze sms niet aankomt is verder een irrelevant detail. Het is helemaal bewolkt en er is soms een egenspatje. Bij de douane hield ik een dermate ongeloofwaardig verhaal over de door mij meegebrachte medicijnen (“een neuropathisch middel tegen epilepsie dat in mijn geval helpt tegen jeuk aan mijn voet”) dat de ambtenaar breeduit lachend ons direct doorgang verschafte. De Chinese taxichauffeur die ons naar het hotel bracht, sprak nauwelijks engels. Hij kon wel goed links rijden.

Even douchen en direct de stad in. Gezien het weer wordt het het Sydney Aquarium. De sms van Henri met laatste tips bleek in de gsm onleesbaar geworden. Na het overigens spectaculaire aquarium zitten we helemaal stuk. Een kleine opleving nog met een knisperende Riesling (Gipsland) en een heel bijzondere rose Pinot Gris uit Victoria. Maar daarna gaat rond 18u. lokale tijd het kaarsje uit. We eten nog snel wat in een restaurant waar ze een Bruno –achtig figuur als ober hebben. En ondanks de poging om direct het ritme van de Australiërs op te pakken slapen we al om 20u.

 

13 DECEMBER. Kuala Lumpur ziet er vochtig warm uit. Het vliegveld is één groot winkelcentrum, waar alle bekende vliegveldonzin als geurtjes, alcohol, tabak, electronische gadgets en quasi-wetenschappelijke managementliteratuur te koop is. We besluiten het rustig aan te doen. In de stad staan wel de hoogste wolkenkrabbers ter wereld, ook Twin Towers genoemd, maar we moeten deze reis een beetje goed zien door te komen. Naar de masseur dus. Een uurtje stevige benen-, voet en schoudermassage.

 

12 DECEMBER. Vlak voor vertrek besluiten we nog een kop koffie te nemen. Ik zit nog wat tips uit de te grote ANWB fotoboeken over te schrijven, waarbij ik mijn koffie over het boek van Nieuw Zeeland gooi. Een slecht voorteken? Electronisch inchecken lukt niet, omdat ons visum voor Australië kennelijk nog handmatig moet worden gecontroleerd. Daardoor kiezen we als twee van de laatsten een plek in het vliegtuig. Er zijn geen twee plekken naast elkaar meer vrij. We worden aanvankelijk 14 rijen uit elkaar geplaatst. Maar als we 30 euro pp meer betalen kunnen we nog wel twee stoelen krijgen achterin, waar het vliegtuig smaller wordt en de beide zij-rijen nog maar uit twee i.p.v. drie stoelen bestaan. Daartussen overigens nog wel een middenrij met vier stoelen per rij.

Anke kijkt Demons and Angels. Ik probeer Bruno. Dat is geen succes. Ik had het tenenkrullende ‘raffinement’ als in Borat verwacht, maar dit is echt de ene platte karikaturale homograp na de andere. Tien minuten hield ik het uit. Daarna ‘De Storm’. Indringende beelden van de watersnoodramp in 1953 rond een zielig verhaal van een ongetrouwde moeder die, omdat ze geen man heeft in het Zeeland van destijds, als een hoer wordt gezien, maar desondanks echt niet minder van haar kindje houdt. “The russians love their children too”, zong Sting al, dus hier kijk ik niet meer van op ;-). Het kindje wordt in een kistje met stro gelegd (een bekend thema) en op zolder tegen het oprukkende water beschermd. De moeder wordt wel meegevoerd door de stroom en het kistje wordt later leeg, maar binnen droog teruggevonden. De zoektocht (met rare beelden van pogingen van de moeder om te helpen het gat in de dijk te dichten) levert niets op, totdat de moeder volkomen bij toeval tegen haar inmiddels 18 jarige zoon aanloopt bij de afronding van een fase van het Deltaplan. Een zeer ongeloofwaardige scene volgt. Nee, dan liever ‘De laatste dagen van Emma Blank’. Absurdisme van Alex van Warmerdam. Alle scenes zijn daar ongeloofwaardig en dat is ook zo bedoeld, gelukkig.

Ondanks alle gejengel en gehuil van kleine kinderen lukt het ons (met hulp van de temazepam) om een aantal hazenslaapjes te doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jan van Wijngaarden
webmaster@janvanwijngaarden.nl